Veelgebruikte boormaten per toepassing
Onderstaande maten zijn gebaseerd op de actuele Drillpro-dienst- en prijspagina’s. Het zijn praktische uitgangspunten, geen universele installatievoorschriften.
| Toepassing | Veel voorkomende aansluiting | Drillpro-boormaat / richtmaat | Belangrijk om te controleren |
|---|---|---|---|
| Split-airco | Leidingbundel | Ø60/70 mm | Merk/model, condensroute en positie. |
| Mobiele airco | Slang ca. 125 / 150 mm | Ø132 / Ø162 mm | Werkelijke slang- of adaptermaat. |
| Monoblock-airco | Twee luchtopeningen | 2× Ø162, Ø180 of Ø200 mm + ca. Ø25 mm | Boormal van het toestel is leidend. |
| Afzuigkap 125 mm | 125 mm kanaal | Ø130 mm | Mof, kanaaltype en buitenrooster. |
| Afzuigkap 150 mm | 150 mm kanaal | Ø160 mm | Drillpro-actie-uitvoering; controleer toestel. |
| Riool / afvoer | Vaak 110 mm buis | ca. Ø110–130+ mm | Mof/manchet kan groter zijn dan de buis. |
| WTW / ventilatie | Kanaal afhankelijk van systeem | ca. Ø110–280+ mm | Kanaal, isolatie, huls en fabrikantmaat. |
| Kruipruimte ventilatie | Ventilatiekoker / rooster | ca. Ø50–52 mm | Gevel, maaiveld en luchtweg controleren. |
| Inbouwdoos elektra | Doostype afhankelijk | bijv. Ø82 mm | ABB MD4050 gebruikt Ø82 mm; ander systeem kan afwijken. |
| Grote technische doorvoer | Installatie / leidingpakket | Ø200–500 mm standaard prijstabel | Gewicht boorkern, wapening en machineopstelling. |
Snel kiezen per klus
Afzuigkap
125 mm → Ø130 mm
150 mm → Ø160 mm
Bij een nieuwe afzuigkap is 150 mm vaak de relevante maat om eerst te controleren. Bekijk de afzuigkapmaten en actie.
Airco
Split: Ø60/70 mm
Mobiele en monoblock-systemen vragen grotere openingen. Gebruik altijd de boormal of montagehandleiding. Bekijk alle aircomaten.
WTW en ventilatie
ca. Ø110–280+ mm
Het kanaalsysteem bepaalt de maat. Een grote ventilatiedoorvoer kan veel groter zijn dan een standaard luchtkanaal. Bekijk grote diameters.
Riool en leidingwerk
vaak Ø110–130+ mm
Meet niet alleen de buis, maar ook de mof of manchet die door de opening moet. Houd rekening met afschot en leidingroute.
Inhoud
1. Afzuigkap2. Airco3. Riool4. WTW en ventilatie5. Kruipruimte6. Kabels en water7. Grote technische sparingen1. Afzuigkap: 125 mm of 150 mm?
Voor een 125 mm afvoer gebruikt Drillpro regulier een boring van Ø130 mm. Voor een afzuigkap met 150 mm afvoer gebruikt Drillpro bij de huidige actie Ø160 mm. De extra ruimte is bedoeld om de werkelijke buis of wanddoorvoer zonder klemmen te kunnen plaatsen en netjes af te werken. Controleer altijd eerst de aansluitmaat van de afzuigkap, de eventuele mof en het gekozen buitenrooster.
2. Airco: split, mobiel en monoblock verschillen sterk
Een standaard split-airco gebruikt bij Drillpro doorgaans Ø60/70 mm. Een mobiele airco vraagt vaak ongeveer Ø132 of Ø162 mm. Een monoblock gebruikt meestal twee grote luchtopeningen; afhankelijk van het systeem bijvoorbeeld 2× Ø162, 2× Ø180 of 2× Ø200 mm, vaak aangevuld met circa Ø25 mm voor condens. Laat de installateur of fabrikant de definitieve boormaten en hartafstanden bevestigen.
3. Riool: meet ook de mof
Bij riool en afvoer is een 110 mm buis veelgebruikt, maar de benodigde boring kan groter worden door een mof, manchet of huls. Op de Drillpro-pagina’s wordt hiervoor als praktische bandbreedte vaak circa Ø110–130+ mm genoemd. Noteer buisdiameter, grootste koppeling, gewenst afschot en leidingroute voordat de maat wordt vastgelegd.
4. WTW en ventilatie: van Ø110 tot grote doorvoeren
Voor WTW en ventilatie lopen de benodigde maten sterk uiteen. Drillpro gebruikt op de prijspagina een praktische bandbreedte van circa Ø110–280+ mm. De maat wordt bepaald door kanaal, isolatie, wandhuls, rooster en fabrikantvoorschrift. Voor grotere systemen kan een boring van Ø280 mm of meer nodig zijn.
5. Kruipruimte ventilatie: circa Ø50–52 mm
Voor standaard kruipruimte ventilatie gebruikt Drillpro doorgaans een boormaat van circa Ø50–52 mm. De juiste positie is minstens zo belangrijk als de diameter: bepaal waar lucht binnenkomt, waar deze weer kan uitstromen en of funderingswanden de kruipruimte opdelen.
6. Kabels en water: geen maat kiezen zonder mantelbuis
Voor kabels en waterleidingen bestaat geen zinvolle universele boormaat. Meet de buitendiameter van de mantelbuis, isolatie of complete leidingbundel en bepaal daarna welke montageruimte nodig is. Denk ook aan brand- of waterdichte afdichting en toekomstige vervangbaarheid.
7. Grote technische sparingen: Ø200–500 mm
De actuele Drillpro-prijslijst loopt voor standaard ronde boringen tot Ø500 mm. Bij diameters vanaf ongeveer Ø200 mm worden gewicht van de boorkern, machineopstelling, wand- of vloerdikte, wapening, bereikbaarheid en veilige opvang steeds belangrijker. Groter dan Ø500 mm of afwijkende vormen worden als maatwerk beoordeeld.
8. Inbouwdozen: 71 mm hartafstand is niet de boormaat
Bij elektradozen moet u drie maten uit elkaar houden: doosmaat, boormaat en hart-op-hart afstand. Als concreet voorbeeld gebruikt de ABB MD4050 een boorgat van Ø82 mm; bij veel gekoppelde systemen komt 71 mm hartafstand voor. Een andere doos kan echter Ø68 mm of een andere uitsparing nodig hebben. Gebruik daarom altijd het gekozen doostype als bron. Lees de uitleg over dozen boren.
Vier maten die u uit elkaar moet houden
Bij een doorvoer kunnen de nominale maat, buitendiameter, vrije boormaat en afdekmaat tegelijk een rol spelen. De nominale maat benoemt het systeem. De buitendiameter beschrijft het onderdeel dat door de constructie moet. De boormaat bepaalt de opening en de afdekmaat vertelt hoeveel oppervlak een flens of rooster buiten die opening nodig heeft.
Noteer die maten afzonderlijk. Een ronde buis kan passen terwijl de grotere mof niet door de muur kan. Andersom hoeft een flens die buiten op de gevel blijft niet door de opening te worden gevoerd. De montagevolgorde bepaalt dus mede welke maat leidend is.
Maak een eenvoudige schets van wat in de wand komt en wat ervoor blijft. Zet erbij wie de onderdelen monteert en welke afdichting wordt gebruikt. Daarmee kan een boorder beoordelen welke vrije opening is gevraagd zonder te moeten raden of uw opgegeven getal de buis of de boring beschrijft.
Een onderdeel correct opmeten
Meet het daadwerkelijke onderdeel wanneer dat beschikbaar is. Controleer de maat in meerdere richtingen bij een onregelmatige of vervormbare vorm. Een leidingbundel is niet altijd mooi rond en moet zonder beschadiging kunnen worden ingevoerd. Neem isolatie mee in de afmeting wanneer die met de leiding door de opening loopt.
Bij een koppeling moet worden bepaald of deze tijdens montage door de wand gaat. Als de verbinding pas na het doorvoeren aan een bereikbare zijde wordt gemaakt, kan de maatvraag anders uitvallen. Laat de installateur die montagewijze bevestigen. Het is niet verstandig om op eigen initiatief een kleinere boring te bestellen omdat een onderdeel misschien later nog uit elkaar kan.
Een technische tekening kan nauwkeuriger zijn dan een foto met een meetlint. Controleer wel of de tekening bij het exacte model hoort en of millimeters of centimeters worden gebruikt. Geef bij een aanvraag expliciet de eenheid aan. Voor een vaste boormal zijn naast diameters ook hartafstanden en referentiehoogten nodig.

Isolatie, huls en afdichting bepalen de extra ruimte
Er bestaat geen vaste hoeveelheid speling die voor iedere doorvoer goed is. Een kunststof buis met een eenvoudige montage vraagt iets anders dan een geïsoleerde leiding met een specifiek afdichtingssysteem. De gekozen onderdelen moeten binnen hun eigen montagevoorwaarden kunnen worden geplaatst.
Bij water- of brandwerende doorvoeren kan de voorgeschreven opening onderdeel zijn van een getest systeem. De benodigde ruimte moet dan uit die systeemgegevens komen. Een groter gat maken ‘voor de zekerheid’ kan juist ongeschikt zijn wanneer de afdichting slechts binnen bepaalde maten mag worden toegepast.
Bespreek ook toekomstige vervanging. Een mantelbuis kan in sommige ontwerpen behulpzaam zijn, maar vraagt zelf ruimte en een passende afwerking. Bepaal vooraf welke onderdelen permanent worden vastgezet. Als de installateur die keuzes nog niet heeft gemaakt, is het beter de definitieve boormaat open te houden dan een maat te verzinnen die later niet bij de uitvoering past.
Meerdere leidingen: samen of afzonderlijk doorvoeren?
Eén grotere opening kan aantrekkelijk lijken voor een pakket leidingen. Toch moet eerst worden bekeken of de leidingen samen mogen en kunnen worden afgewerkt. Bereikbaarheid, onderlinge ruimte, isolatie, onderhoud en eventuele systeemeisen spelen een rol. Een bundel is daardoor meer dan de som van losse buisdiameters.
Losse gaten bieden soms een overzichtelijkere route, maar veranderen het aantal doorboringen en de afstand tussen openingen. Ook daarvoor moet de constructie worden beoordeeld. Laat niet op eigen initiatief een reeks kleine gaten naast elkaar maken om een grotere opening na te bootsen. De uiteindelijke vorm en resterende materiaalstroken kunnen van belang zijn.
Laat de installateur een schets maken van de doorsnede en de gewenste ordening. Geef aan welke leiding eerst wordt gemonteerd en welke later bereikbaar moet blijven. De booropdracht kan dan worden afgestemd op een uitvoerbaar plan, inclusief de ruimte voor de gekozen hulzen en afdichtingen.
Een verkeerde maat voorkomen bij vervanging
Bij vervanging is het verleidelijk de bestaande opening als uitgangspunt te nemen. Dat werkt alleen wanneer het nieuwe onderdeel dezelfde eisen heeft en de oude opening nog geschikt is. Een nieuwe afzuigkap, wandunit of airco kan een andere aansluiting en montagepositie gebruiken.
Meet de bestaande vrije opening en leg vast wat er nog in zit: een huls, oud kanaal, isolatie of afdekplaat. Noteer beschadigde randen en zichtbare scheefstand. Stuur foto's van beide zijden zodat duidelijk is welke delen bereikbaar zijn. Een verborgen vernauwing kan anders pas tijdens montage worden ontdekt.
Als vergroten nodig is, geef dan zowel de bestaande als gewenste maat door. Laat ook aangeven of het hart gelijk moet blijven. Een grotere boring raakt immers verder naar alle kanten materiaal. De afstand tot randen, bestaande gaten en constructieve delen moet opnieuw worden bekeken. Een eerdere veilige uitvoering is geen bewijs dat iedere vergroting mogelijk is.

Praktijkvoorbeeld: de buis past, de montage niet
Stel dat een bewoner een gat laat boren op basis van de buitendiameter van een rechte ventilatiebuis. Bij montage blijkt dat een muurhuls en koppeling samen meer ruimte nodig hebben. Het probleem zit dan niet in de maat van de buis, maar in de onvolledige beschrijving van het montagepakket.
De juiste voorbereiding was in dit voorbeeld het verzamelen van alle onderdelen en de montagevolgorde. Daarmee had de installateur kunnen vaststellen welk deel werkelijk door de wand moest en welke opening daarvoor nodig was. Soms verandert daardoor de boormaat; soms kan de verbinding op een andere bereikbare plaats worden gemaakt.
Dit is een illustratief voorbeeld en geen advies om een bestaand onderdeel zelf aan te passen. Voor uw situatie zijn de officiële onderdeelgegevens en de gekozen installatiemethode leidend. Stuur die mee bij de aanvraag. Zo wordt een prijs voor de juiste boring vergeleken en blijft de kans op een tweede bezoek voor vergroten beperkt.
De maat doorgeven als complete boorlijst
Een boorlijst is handig zodra meer dan één opening nodig is. Geef ieder gat een nummer en vermeld toepassing, gewenste vrije diameter, materiaal, dikte en positie. Schrijf erbij of horizontaal, verticaal of onder een bevestigde hoek moet worden geboord. Bij een wand vermeldt u welke zijde als maatvoering dient.
Zet onzekere gegevens apart. ‘Waarschijnlijk steen’ is bruikbare informatie als het ook als vermoeden wordt aangeduid. Een exacte diameter met een onbekende wandopbouw is geen complete werkvoorbereiding. Laat de uitvoerder aangeven welke aanvullende foto of beoordeling nodig is.
Loop de lijst vóór de afspraak met de installateur na. Controleer of het toestel niet is gewijzigd en of de afwerkhoogte nog klopt. Na het boren kan dezelfde lijst worden gebruikt voor oplevering: maat, positie en aantal worden per nummer nagekeken. Bewaar de lijst bij de foto's van de installatie zodat later duidelijk blijft welke opening bij welk onderdeel hoort.
Bronnen en aanvullende documentatie
Voor specifieke toestellen en onderdelen blijft de handleiding van het gekozen model leidend. Aanvullende achtergrond:
Echte vragen en problemen
Dit zijn praktische vragen die regelmatig terugkomen bij huiseigenaren, installateurs en tijdens Drillpro-opdrachten.
Dat hangt af van de buitendiameter, mof, isolatie en gewenste afdichting. Gebruik daarom niet alleen de nominale buismaat; meet het grootste onderdeel dat werkelijk door de opening moet.
Ja, als de mof door de constructie moet worden gevoerd, moet de boormaat daarop worden afgestemd. Meet de werkelijke buitendiameter van de mof voordat de boring wordt besteld.
Soms wel, maar vergroten is vaak lastiger dan direct de juiste maat boren. De bestaande opening kan centreren bemoeilijken en bij grote diameters of constructieve delen is extra beoordeling nodig.
Geef de gewenste vrije boordiameter door én vermeld waarvoor het gat is bedoeld. Meet buis, mof, isolatie of leidingbundel en stuur bij voorkeur foto’s en het installatievoorschrift mee.
De installateur of opdrachtgever bepaalt waar de installatie technisch moet komen; de boorder beoordeelt of die positie praktisch en veilig uitvoerbaar is. Bij twijfel wordt de positie vóór het boren gezamenlijk afgestemd.
Van kennis naar uitvoering
Weet je wat er gemaakt moet worden? Stuur Drillpro foto's van beide zijden, de gewenste maat, het materiaal indien bekend en de locatie. Bij twijfel over maat of constructie: eerst bepalen, daarna boren.

Boormaten en prijzen voor beton en steen
Grote gaten boren in beton: Ø200 tot Ø500 mm